KIT Logo

 

Kinderpostzegels

Jantje beton

NSGK

Johanna Kinderfonds

Unicef

DCI

 

 

 
 
 

Stedenschijf 2010

ACTUEEL
Veel ontwetendheid over Kinderrechten
Hoewel veel gemeenten met de mond belijden dat ze kindvriendelijk zijn, schort er in de praktijk nog wel het een en ander aan.
lees meer...

 
 

Veel ontwetendheid over Kinderrechten

Auteur: Leo Mudde - 10/06/2011

Als ergens een weg wordt aangelegd, is een onderzoek naar de effecten voor het milieu verplicht: de milieueffectrapportage. Diverse gemeenten lichten hun beleid door op de gevolgen voor de mensen met lage inkomens: de minima-effectrapportage – bedacht door het Nibud. Het zou niet zo gek zijn als lokaal beleid ook wordt getoetst op de gevolgen voor de jongste inwoners: een kindeffectrapportage.

Aloys van Rest, directeur van Defence for Children, voelt wel wat voor zo’n kindeffectrapportage. Hoewel veel gemeenten met de mond belijden dat ze kindvriendelijk zijn, schort er in de praktijk nog wel het een en ander aan.
Dat toont het project Kinderen in Tel elk jaar weer aan. Het Kinderen in Tel Databoekneemt sinds 2006 alle gemeenten de maat. Op basis van twaalf indicatoren wordt gekeken onder welke omstandigheden kinderen opgroeien en hoe gemeenten scoren op het terrein van jeugdbeleid en kinderrechten. 
Het vuistdikke Databoek houdt gemeenten een spiegel voor en is voor veel bestuurders uitgegroeid tot een belangrijk beleidsdocument. Colleges en ambtenaren kunnen het gevoerde beleid aan het boek toetsen, raadsleden kunnen in een oogopslag zien waar hun gemeente staat en indien nodig hun colleges aansporen tot een extra inspanning.

Defence for Children is een van de partners van Kinderen in Tel, dat als ondertitel heeft ‘Kinderrechten als basis voor lokaal jeugdbeleid’. De jaarlijkse rapportage wordt verzorgd door het Verwey-Jonker Instituut.
Namens dat instituut is onderzoeker Majone Steketee vanaf het eerste uur bij Kinderen in Tel betrokken. Zij zegt dat het met het jeugdbeleid de goede kant uitgaat. ‘Op het merendeel van de indicatoren is jaarlijks een verbetering zichtbaar. Maar tegelijkertijd zie je dat het met de meest kwetsbare kinderen niet beter gaat. De verbeteringen zijn vooral zichtbaar in de wijken waar het toch al goed gaat.’
Steketee en Van Rest willen graag praten over Kinderen in Tel, omdat er geen editie 2011 wordt gepubliceerd. Een kwestie van geld en werkdruk, zeggen zij. Maar om te voorkomen dat het onderwerp uit de aandacht van de gemeenten wegzakt, willen ze die aandacht vasthouden. 
Nederland telt bijna een half miljoen huishoudens onder de armoedegrens, 6,2 procent van het aantal inwoners. Dat aandeel stijgt al een aantal jaren. Van Rest: ‘Als de armoede toeneemt, treft dat veel kinderen. Zij kunnen niet meer volwaardig meedoen aan de samenleving, bijvoorbeeld omdat ze het lidmaatschap van een vereniging niet meer kunnen betalen. Het Rijk heeft daar geld voor beschikbaar gesteld, maar bij veel van de mensen die daar recht op hebben is dat niet bekend. Gemeenten communiceren dat te weinig. Het is erg afhankelijk van een ambtenaar of dat geld wordt besteed aan het doel waarvoor het is bestemd. Dat kan beter, dat móét beter.’
Van Rest dringt er bij gemeenten op aan het budget voor armoedebeleid overeind te houden, zeker ook wanneer de begroting onder druk staat. Dat gemeenten keuzes moeten maken, begrijpt hij. ‘Maar houd daarbij wel in de gaten wat het effect is voor de kinderen die het toch al moeilijk hebben.’ 

Kinderen zijn de toekomst. Het is een cliché, maar daarom niet minder waar. Een euro investeren in het jeugdbeleid, levert de samenleving op termijn een veelvoud op. ‘Dat vereist een visie, denken op de lange termijn. Ik ben een voorstander van een wethouder jeugd die over de schouder van zijn collega’s meekijkt en beoordeelt wat de gevolgen zijn van financieel, sociaal of ruimtelijkeordeningsbeleid voor de jeugd en voor de toekomstperspectieven van kinderen.’
Steketee: ‘Kinderen zijn voor beleidmakers niet zichtbaar, ze vormen geen groep waarmee kan worden gesproken en daardoor zijn de problemen ook niet altijd even duidelijk. Het is van belang om met de belangenbehartigers in gesprek te gaan, met de organisaties achter Kinderen in Tel bijvoorbeeld. Het Amerikaanse voorbeeld Kids Count bestaat al meer dan twintig jaar en blijkt goed te werken. Het Databoek is een document, een belangrijk document, maar het gaat uiteindelijk om de dialoog. Als de organisaties die voor de kinderen opkomen door gemeenten worden erkend als volwaardige gesprekspartners, dan is er al veel gewonnen. Kinderen kunnen het niet zelf doen.’
‘Een Partij voor de Kinderen zou misschien zo gek nog niet zijn’, zegt Van Rest. 
Maar die is er (nog) niet en zal er voorlopig op lokaal niveau ook niet komen. ‘Kinderen en jongeren bij het beleid betrekken, dat moet wel in elke gemeente kunnen. Naar kinderen en jongeren luisteren, het jeugdbeleid in overleg maken en realiseren  met degenen die dat beleid het meest aangaat, de jeugd.’

Vorig jaar heeft Kinderen in Tel voor het eerst per gemeente in kaart gebracht hoe het is gesteld met de jeugdparticipatie. Daarvoor is een speciaal meetinstrument ontwikkeld (de Landelijke Kwaliteitsmeter Jeugdparticipatie Gemeenten) om de mate van invloed, inspraak en initiatief van jongeren op beleid en de uitvoering van beleid te kunnen vaststellen. Een simpele opsomming van jeugdraden die in veel gemeenten een al dan niet slapend bestaan leiden, volstaat niet. Zij functioneren steeds moeizamer. Niet verwonderlijk, meent Steketee: ‘Jongeren vinden beleid statisch en saai. Om hen bij beleid te betrekken, moet je zoeken naar andere, minder institutionele vormen. Er zijn goede voorbeelden. In Rotterdam zijn tienermoeders heel actief, bijvoorbeeld met een eigen website. Dat is ook een vorm van participatie.’

Internationaal verdrag
Aan de basis van Kinderen in Tel ligt het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Volgens Defence for Children-directeur Van Rest kennen veel gemeenten dat verdrag niet. ‘Ze reageren heel verrast als wij ze vertellen dat het bestaat en dat de overheid, dus ook gemeenten, verplicht is het na te leven. Dan zijn ze best bereid hun beleid aan te passen. Er zijn goede voorbeelden van gemeenten die er wel actief mee bezig zijn. Den Haag, Amsterdam en Wageningen bijvoorbeeld werken vanuit Kinderen in Tel.’
Toch doen zes van de tien gemeenten dat nog niet. Er is dus nog veel missiewerk te verrichten. Veel gemeenten lopen nu van incident naar incident, zegt Van Rest. Uit onwetendheid of omdat ze de kinderrechten niet kunnen vertalen in lokaal beleid.
Wat voor gemeenten geldt, geldt ook voor ‘Den Haag’. Van Rest: ‘Ik zoek voortdurend de dialoog, maar ervaar daarbij, dat men domweg niet weet dat Nederland moet handelen volgens het Kinderrechtenverdrag. Er is sprake van wegkijkgedrag, zo van: als ik het niet weet, hoef ik ook niets te doen.’
Van Rest en Steketee constateren wel met genoegen dat jeugdbeleid steeds serieuzer wordt genomen. De instelling van een minister voor Jeugd en Gezin in de vorige kabinetsperiode heeft voor een stevige impuls gezorgd. De Centra voor Jeugd en Gezin zijn een tastbaar resultaat, maar volgens Steketee wordt bij de invulling van de CJG’s nog onvoldoende vanuit het kind gedacht en te veel vanuit de belangen van de betrokken organisaties.
Het Databoek kan een goed smeermiddel zijn om vastgeroeste opvattingen bij een gemeente los te krijgen en om gemeenten van elkaar te laten leren. Steketee: ‘Het Databoek zegt niet alles, maar het is wel een belangrijk argument om iets in gang te kunnen zetten.’

www.kinderenintel.nl

KADER
Tips
Hoe kan een gemeente het kinderrechtenverdrag naleven?
•    Hang zichtbaar een lijst op met alle kinderrechten.
•     Benoem een wethouder Jeugd en maak een aparte begroting voor jeugdbeleid.
•     Beoordeel alle beleid op de gevolgen voor kinderen.
•     Betrek belangenbehartigers van de jeugd bij het beleid.
•     Houd bij de inrichting van de openbare ruimte rekening met de jeugd.
•     Zorg voor goede mogelijkheden voor de jeugd om mee te praten en te denken.
•     Verwijder obstakels die kinderen verhinderen volwaardig te participeren in de samenleving.
•     Deel goede ervaringen met andere gemeenten.

 
 

copyright 2010 © Kinderen in Tel